Sexverhaal: Verleid in Parijs

Sexverhaal: Verleid in Parijs

Als vrouw van een diplomaat leidde Valérie altijd een opwindend luxeleventje. Gestationeerd in exotische oorden, met feestjes en diners te over… Tegenwoordig vult ze haar dagen met het zorgen voor haar twee kinderen in een te klein Parijs’ appartement. De opwinding is ver te zoeken – totdat ze wordt gebeld door Oscar, een kennis uit het verleden. Hij is toevallig net in Parijs en vraagt of ze misschien zijn gids zou willen zijn. De pure lust die haar overvalt wanneer ze hem weer ziet, doet haar beseffen dat dit haar kans is om de sleur te doorbreken.

Het is nu of nooit, en niemand hoeft het te weten… ‘Oh-laaa! Tu me fais chier quoi, Paris de merde! Ville des putain de lumières! Tu m’emmerdes!’ Valérie vloekte en tierde terwijl ze een poging deed om de dikke laag zachte, stinkende hondenpoep van haar schoenen te vegen. De typische kinderkopjes van Parijs, en in feite alle bestrating van de stad, waren landmijnen met hondendrollen. Ze vormden een racebaan voor irritante, kleine, viercilinderauto’s en voor scooters van brutale en roekeloze tieners. Ze vond het gebouw en trok Mathieu achter zich aan de binnenplaats op. Op de mat probeerde ze haar vieze schoen schoon te vegen. Daarna ging ze met haar zoon naar de vierde verdieping, waar het kantoor van de medisch specialist gevestigd was. De receptioniste keek Valérie onbeschaamd verveeld aan. ‘Het spijt me, madame, maar ik kan niets voor u doen. Uw zoon heeft dít formulier nodig…’ Ze hield er een omhoog met het gebaar dat een basisschooldocent zou gebruiken bij een klein kind. ‘…vóórdat hij een afspraak kan maken bij de dokter.’ ‘Maar ik héb al een afspraak! Déze afspraak. Die is nú,’ zei Valérie, ter verduidelijking op haar horloge wijzend. ‘Hoe kan iemand een afspraak voor mij ingepland hebben als ik daar geen toestemming toe heb? Ik begrijp er niets van.’

Mathieu stond dreinend naast haar. Hij had de hele wandeling al lopen zeuren. ‘Maman, sap! Dorst! Sap!’ riep hij herhaaldelijk, aan haar broekspijp trekkend.
Valérie rommelde in haar tas en vond een klein flesje water. Hij nam er een paar slokjes van. De stilte tussen zijn gedrein voelde als een bevrijding van de overweldigende, uitputtende druk op haar hoofd. Mathieu, haar jongste van twee kinderen, was bijna vijf en zou al in volzinnen moeten praten, maar dat deed hij niet. Toen de basisschool had geweigerd hem aan te nemen vanwege taalontwikkelingsproblemen, waren de schellen haar van de ogen gevallen en had ze doodongelukkig hulp gezocht bij een instelling voor kinderen met ontwikkelingsvertraging. De receptioniste zuchtte diep. ‘De afspraken zijn zes weken geleden gemaakt. Madame, íéder gezin weet dat ze dan zes weken de tijd hebben om de test te doen voor de toelating tot hun eerst afspraak hier. Iedereen weet dat voordat ze hierheen komen. Het spijt me vreselijk dat u het niet wist, madame, maar het is bekend bij alle patiënten van de dokter.’ Valérie had al zoveel van dit soort kwellende, bureaucratische gevechten gevoerd sinds haar terugkeer in Parijs, dat ze wist dat het zinloos was om verder in discussie te gaan met de receptioniste.
‘Bon. Merci, madame. Au revoir,’ zei ze met gepaste beleefdheid. ‘Au revoir, madame!’ antwoordde de receptioniste. Valérie wierp een blik op haar boodschappentassen en schoof de gevouwen blanco formulieren erin. Ze verlieten het kantoor en daalden de vier trappen weer af.

Mathieu hing aan haar jas terwijl ze door de motregen liepen, het agressieve verkeer van voetgangers en auto’s ontwijkend. ‘Pas op de hondenpoep, Mathieu,’ waarschuwde ze.e liepen de metro in, waar Mathieus jaszak in het klaphekje bleef hangen. Hij kwam vast te zitten en begon te huilen. Mensen achter hem begonnen te klagen en schoven richting de andere klaphekjes. Ze maakte zijn zak los en bevrijdde hem. Ze worstelden door de mensenmassa heen naar de sporen en de metro’s. De lucht was bedompt en smoezelig, en de metro’s waren afgeladen. Valérie baande zich een weg naar lege plaatsen en zette haar zoon neer zodat hij in elk geval een paar haltes niet huilde. Twee overstappen later namen ze de roltrappen omhoog en stonden weer op straat, waar Valérie struikelde over de knie van een vrouw die op straat zat te bedelen. De vrouw schreeuwde naar Valérie, die besloot dat deze stad de hel op aarde was.

De vier straten naar het gebouw van hun appartement legden ze te voet af. Langzaam klommen ze naar de derde verdieping. Bij elke stap voelde Valérie de energie uit haar lichaam stromen. Bij het laatste bordes had ze het gevoel alsof al het leven uit haar gezogen was door de vieze auto’s, straten, kantoren, irritante winkels, benauwde metrowagons en niet te vergeten: hun eeuwige trappenhuis. Toen ze het appartement binnen kwamen, bleek Philippe al terug van zijn werk. Hij had Manon, hun dochter, die op kunstkamp was geweest deze zomer, al opgehaald. Hoewel hij er moe en zwak uitzag, probeerde hij een beetje enthousiasme te tonen toen ze binnen kwamen. Moe en bezweet deed Valérie haar schoenen, die nog steeds vies waren en stonken, buiten de voordeur uit. Ze nam zich voor ze schoon te maken zodra de kinderen in bed lagen. Mathieu liet zich op de grond vallen en begon te huilen. Valérie liet haar tassen vallen, hing haar jas op en liep direct door naar de badkamer. Misschien zou ze zich beter voelen na een warme douche, dacht ze. Voordat ze de deur achter zich dichttrok, zei ze:  ‘Wat denk je van een lekker glas wijn nadat ik gedoucht heb, lief?’ Zonder op antwoord te wachten trok ze de deur achter zich dicht en kleedde zich uit. Haar kleren liet ze op de grond vallen. De oude leidingen van het gebouw maakten een hamerend en kletterend geluid toen ze de kraan opendraaide. De douche nam wat van de stress van die dag weg. Enigszins opgefrist kwam Valérie, in een handdoek gewikkeld en haar haren droogwrijvend, even later uit de stomende badkamer. Tot haar opluchting waren Mathieus tranen inmiddels opgedroogd. Zijn aandacht werd getrokken door een speeltje dat hij op de grond had gevonden, waarmee hij zacht in zichzelf mompelend zat te spelen. Ze ging aan de keukentafel zitten en lachte naar Philippe.

Hij glimlachte vermoeid terug en reikte haar een glas Bordeaux aan. ‘Santé,’ zeiden ze beiden vreugdeloos, hun glazen routinematig klinkend. Op betere dagen, dachten ze in zichzelf. Valérie nam met één hand een grote slok en bleef met de andere hand haar natte haren afdrogen. Ze zuchtte diep. ‘Hoe was het op je werk?’ vroeg ze. Nog voor de vraag over haar lippen was, had ze er al spijt van. Philippe rolde met zijn ogen en schudde zijn hoofd. ‘Politieke spelletjes,’ antwoordde hij zuchtend. Ze vroeg niet door, en hij vertelde niet verder. Zoals bij zoveel getrouwde stellen was dit een herhaling van eerdere, vergelijkbare gesprekken. Ze dronken zwijgend van hun wijn. Ze hadden elkaar op de universiteit van Parijs ontmoet. De verschillen tussen hen hadden niet groter kunnen zijn. Zij was in het zuiden, in de Provence, opgegroeid, terwijl hij uit Bretagne, in het noorden, kwam. Zij was fijngebouwd en had een olijfkleurige huid en een dikke bos donkere, krullende haren. Hij was blond met een blanke huid, lang en slank. Zij was emotioneel, uitbundig en temperamentvol, hij juist kalm en intellectueel. Tegenpolen trekken elkaar aan, en ze hadden als jong, verliefd stelletje van de stad genoten. Ze hadden het land rondgereisd om hun families in het noorden en het zuiden te ontmoeten en te bezoeken. Hun liefde was verankerd in het gedeelde plezier van het reizen en de ontdekkingen die de nieuwe avonturen met zich meebrachten.

Valérie dacht de laatste tijd wel eens dat hun huwelijk zo moeizaam was omdat die gezamenlijke pleziertjes in hun nieuwe levensfase grotendeels waren verdwenen.
Vlak na hun huwelijk had Valérie een baan als stadsbibliothecaris gevonden en was Philippe bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan het werk gegaan. Binnen een jaar had hij een junior plaatsing bij het Franse consulaat in Kopenhagen gekregen. Dat was het begin geweest van hun internationale leven. In de jaren daarna was hij achtereenvolgens in Los Angeles en Hong Kong geplaatst. Ze hadden genoten van de opwindende tijd daar. Valérie had zich slechts druk hoeven maken om hun kleding en het huishouden. Hun bestemmingen waren politiek gezien rustig geweest, en het leven was er eenvoudig geweest. Nieuwe mijlpalen hadden echter moeilijkheden met zich meegebracht. Tijden de laatste plaatsing in het buitenland, in de Canadese havenstad Vancouver, hadden ze een gezin gesticht. Ze hadden beiden graag kinderen gewild, maar Valéries zwangerschappen en bevallingen waren moeizaam verlopen. Ook toen de kinderen er eenmaal waren, was het zwaar geweest. Ze was altijd al emotioneel en fysiek gevoelig geweest, en de vierentwintig uur durende dagen en kleine crises van de kinderen hadden hun tol geëist.

Philippe was een zorgzame echtgenoot en vader, maar hij kon niet zoveel vrij krijgen van zijn werk als Valérie werkelijk nodig leek te hebben. Hij werkte hard binnen zijn functie en had het gevoel dat er thuis te veel van hem geëist werd. Philippe en Valérie hadden als kindloos stel een gelukkige relatie gehad, maar hadden het moeilijk gevonden de omschakeling te maken naar hun nieuwe leven. Hun liefde was niet verbleekt, maar hun gezamenlijke geluk wel enigszins. Valérie had zich vaak opgesloten gevoeld, gevoelens die alleen maar sterker waren geworden toen Mathieu als peuter vreemd gedrag was gaan vertonen. Op dat moment had Philippe ook een vaste aanstelling aangeboden gekregen in Parijs. Het was geen baan die hij bijzonder graag had willen hebben – en minder goed betaald dan de internationale functies die hij had bekleed – maar het had wel strategische waarde binnen de planning van zijn carrière. Het was een functie met groeimogelijkheden, en daarom had hij onmogelijk kunnen weigeren. Ze hadden hun leven in het groene en frisse Vancouver verlaten en zich opnieuw in het chaotische Paris geïnstalleerd en de realiteit van benauwde appartementen. Dit keer echter met twee jonge kinderen, waarvan er één ontwikkelingsproblemen vertoonde. In dit nieuwe leven lag de last van de zorg voor de kinderen volledig op Valéries schouders. Terwijl op hun internationale posten een kindermeisje en huishoudster aanwezig waren geweest, kende deze aanstelling in Parijs niet diezelfde luxecondities. Ze stond er dus alleen voor. Philippe kon haar niet helpen in het huishouden, omdat hij zijn dagen doorbracht in een machiavellistische heksenketel van collega’s die om erkenning streden.

Het stel miste de tijden van het leven in het buitenland. De SUV’s met CONSUL-licentieplaten die een speciale status hadden gehad, de cocktailparty’s met de eenvoudige, luchtige diplomatieke conversatie en de champagne die het goede Franse leven in de rest van de wereld promootte… Valérie miste die feestjes en diners. En ze miste de stijlvolle, aparte positie die een Française in het buitenland heeft. Alleen al omdat ze Frans was, had ze automatisch meer status gekregen. ‘Wauw, Valérie,’ hoorde ze een nieuwe bekende in het buitenland in gedachten zeggen. ‘Gewaagde look, met die sjaal. Dat kan alleen een Française. Je ziet er altijd zo elegant uit.’ Dat was zo plezierig geweest. Die luchtige aandacht was in Parijs geheel vervlogen. Nu was ze gewoon een willekeurige vrouw en moeder van in de veertig tussen een miljoen bloedmooie Franse meisjes. Ze probeerde er goed uit te blijven zien, maar haar twee kinderen eisten zo veel van haar, dat ze niet meer zo gemotiveerd was als vroeger. Toen had een kindermeisje haar met de zorg voor de kinderen geholpen en een huishoudster met de dagelijkse taken. De zorg voor de kinderen en de nieuwe baan van haar echtgenoot trokken ook een zware wissel op hun liefdesleven. Ze waren nooit met zijn tweeën in het kleine appartement, en de seks was routinematig geworden, als ze er al energie voor hadden. Hun liefde en toewijding waren onveranderd, maar de seksuele spanning was afgenomen, althans in deze periode die gevuld was met boodschappen doen, het opvoeden van de kinderen en carrièremogelijkheden. ‘Ik zal wat te eten klaarmaken voor de kinderen,’ zei Valérie, zichzelf van de tafel overeind duwend. Ze nam haar glas mee. ‘Ik zal je helpen. Ik maak wel een salade,’ zei Philippe, die eveneens opstond.

Terwijl ze pasta kookte voor de kinderen, overdacht ze wat ze die dag bereikt had in het kader van het langdurige proces van Mathieus’ diagnose en behandeling. Het leven in het buitenland was bedrieglijk eenvoudig geweest, wat ze als vanzelfsprekend hadden beschouwd. Als ze zichzelf tijdens de vorige uitzending niet zo voor de gek hadden gehouden, dan hadden ze misschien ingezien dat hun zoon zich niet normaal ontwikkelde. In die eenvoudige internationale context werden ze verleid te denken dat hun hele leven een zorgeloos uitje was. Als ze iets alerter waren geweest, hadden ze eerder hulp gezocht en de moeilijkheden die ze nu tegenkwamen misschien kunnen voorkomen. De ontdekking dat Mathieu een lichte vorm van autisme had, vervulde hen met een gevoel van radeloosheid, en het kostte heel veel strijd hun evenwicht als stel, als ouders en als gezin te herwinnen. Valérie en Philippe deden er alles aan om ook Manon genoeg aandacht te geven en probeerden niet te treuren over de verloren droom van het hebben van twee perfecte kinderen. Kortom, het leven terug in Parijs viel hun zwaar. ‘Ik heb goed nieuws,’ zei Philippe terwijl hij de fles in het glas van zijn vrouw leegschonk. ‘Mijn ouders belden om te vragen of de kinderen een paar dagen willen komen logeren. Mijn vakantie staat al in de planning, dus ik wilde woensdag de trein nemen om de drukte van de stad voor te zijn.’ Ze wisten allebei dat het niet zo boterde tussen Valérie en zijn ouders en ze er liever niet heen ging, dus hij vroeg het niet eens. ‘Dan kun jij even genieten zonder kinderen, afspraken en zonder van hot naar haar te rennen. Je kunt de hele dag in je pyjama blijven en een beetje tot rust komen.’ Valérie lachte naar hem, pakte zijn hand en kneep er zachtjes in, terwijl ze zei: ‘Je bent mijn reddende engel.’

Hij boog zich voorover en kuste haar voorhoofd. Philippe omringde Valérie met omzichtigheid, omdat ze een kleine emotionele instorting had gehad door de verhuizing terug naar Parijs in combinatie met de problemen met Mathieu. Philippe controleerde of ze haar angstremmers innam en probeerde wat van haar dagelijkse werk van haar over te nemen. ‘Papa! Mathieu heeft het hoofd van Chloé afgerukt!’ Manon stampvoette de keuken in en hield het bewijs in beide handen.
‘Niet waar! Niet waar! Niet waar! Niet waar!’ schreeuwde Mathieu vanuit de andere kamer. Valérie liet haar hoofd zakken. Ze had zo wanhopig wat afleiding nodig van… van alles. Ze miste de grote huizen van het internationale leven. Hier was ruimte een zeldzaam goed, en ook al hadden ze voor Parijse standaarden een ruim appartement, voor een gestreste familie was het claustrofobisch. Philippe keek op naar zijn vrouw. Bij het zien van de gespannen uitdrukking op haar gezicht, stond hij op en ging met Manon de kamer uit om de orde te herstellen.